Oefenen in kritiek

Oefenen in kritiek

Sommige mensen leren kritiek geven (en soms ontvangen) tijdens een management cursus. Bij mij gaf een fotocursus het meeste inzicht. De docent stond er op dat we het moesten leren, ondanks dat kritiek geen goede naam heeft. Het was de beste methode om onze foto’ s beter te maken. En het was heel anders dan ik verwacht had.

Wat ik eerder geleerd had over kritiek was heel simpel. Kom eerst met een compliment was het advies en geef dan je eventuele negatieve punt. Houdt het bij jezelf, de ander mag zelf beslissen wat hij ermee doet. Dat is wel zo veilig. Ik ben mensen tegen gekomen die door deze methode helemaal angstig waren geworden. Zodra iemand iets positiefs zei, krompen ze in elkaar. Ze reageerden alvast op de afkeuring waar het compliment een voorbode van was. Op internet vind je de meest rudimentaire vorm. Als je een foto geplaatst hebt, vinden mensen vinden hem of geweldig, of ze onthouden zich van commentaar. Zo is er geen confrontatie, maar ook geen uitwisseling van ideeën.

Geoefende kritiek geven op foto´s werkt heel anders. Kernwoorden zijn inventarisatie, reconstructie, interpretatie en oordeel.

Het begin van deze cursus leek wel op een taalcursus. We leerden nieuwe woorden geleerd om over foto’s te kunnen praten. Deze moesten we nu inzetten om te beschrijven wat we zagen. Welke objecten waren gefotografeerd? Welke onderdelen waren scherp? Welke kleuren werden er gebruikt? Hoe stak het perspectief in elkaar. Welke compositie-elementen konden benoemd worden. Dit leidde tot een soort inventaris van de foto.

Bij de reconstructie probeerden we er achter te komen welke techniek de fotograaf gebruikt had. Voor veel foto’s was dat uit te puzzelen. Wat voor soort lens gebruikte de fotograaf. Waar stond hij eigenlijk? Van welke kant kwam het licht? Wat was het type van de lichtbron?

Vervolgens formuleerden we bij de interpretatie wat de foto op ons overbracht. Ik vertaal hier een beetje letterlijk het Engelse woord ‘convey’. Het woord betekenis wordt ontweken, dat is te eenduidig. Op iedere kijker brengt een foto namelijk andere dingen over. Zelfs de fotograaf heeft daar niet het laatste woord in. Bij de interpretatie brachten we ook onze eigen achtergrond in.

De kritiek werd afgesloten met ons oordeel. Als we een foto sterk vonden, konden we dat gelijk onderbouwen vanuit ons inventaris. En vonden we een aanpassing op zijn plaats, dan hadden we zowel de aanpak voor de verbetering als het beoogde effect.

Deze oefening geeft inzicht in wat er nodig is om een foto te maken. Door het proces van een medefotograaf te ontrafelen leer je veel over het nemen van je eigen foto’s. Door je eigen manier van werken inzichtelijk te maken biedt je deze kennis gestructureerd voor anderen aan. Het kost moeite. Ik heb het wel op veel meer plaatsen kunnen inzetten.